
Schilderij ophangen
De meeste werken hangen te hoog. Dat is geen kwestie van smaak maar van een gewoonte die uit musea komt en in een woonkamer niet werkt.
- Hart op 145 centimeter
- Bevestiging per wandtype
- Boven een meubel
- Compositie van meerdere werken
Vraag vrijblijvend advies aan
Beschrijf kort uw vraag. Er wordt telefonisch contact opgenomen om die door te nemen.
Er is één getal dat de helft van alle problemen met kunst aan de muur oplost: 145. Dat is de hoogte in centimeters waarop het hart van een werk hoort te zitten, gemeten vanaf de vloer. Het is de gemiddelde ooghoogte van een staand persoon en het is de standaard die musea en galeries aanhouden.
De hoogte
Het hart van het werk, dus het midden en niet de bovenkant, op ongeveer 145 centimeter. Bij een werk van 60 centimeter hoog betekent dat: de bovenkant op 175 centimeter en de onderkant op 115.
De meeste mensen hangen hoger, vaak rond de 160 of 170 centimeter voor het hart. Dat komt doordat u tijdens het ophangen staat, met de hamer omhoog, en dan lijkt hoger natuurlijker. Zodra u gaat zitten, klopt het niet meer, en in een woonkamer zit u meestal.
Er zijn drie situaties waarin u van de 145 afwijkt. In een ruimte waar vooral gezeten wordt, zoals een eetkamer of een leeshoek, mag het hart tien centimeter lager. In een gang waar u alleen langsloopt, mag het iets hoger. En bij een zeer hoge wand, wat in dit deel van het land regelmatig voorkomt, is de wand zelf de referentie in plaats van de vloer.
Boven een meubel
Hangt een werk boven een bank, een dressoir of een bed, dan wint de relatie met dat meubel het van de 145. Twee maten tellen dan.
De afstand tussen de bovenkant van het meubel en de onderkant van het werk: vijftien tot twintig centimeter. Minder en het plakt tegen het meubel, meer en de twee vallen visueel uit elkaar.
De breedte: het werk of de compositie neemt zestig tot vijfenzeventig procent van de breedte van het meubel in. Bij een bank van 220 centimeter komt dat neer op 130 tot 165 centimeter aan werk, wat betekent dat één werk van zeventig centimeter breed daar te klein is en dat een compositie de betere oplossing is.
Bevestiging per wandtype
| Wand | Herkenning | Bevestiging |
|---|---|---|
| Massieve steen of beton | Boor stuit, grijs of rood stof | Nylonplug met schroef, boren met klopstand |
| Gipsplaat op regelwerk | Hol geluid, boor gaat vlot door | Hollewandplug of tuimelplug, of vastzetten op de regel |
| Gasbeton of cellenbeton | Zacht, licht wit stof | Speciale gasbetonplug, geen klopstand |
| Oud stucwerk op riet of hout | Brokkelt, boor loopt weg | Zoeken naar de onderliggende constructie |
De belangrijkste vuistregel: zet zwaar werk nooit vast in gipsplaat zonder tuimelplug of zonder de achterliggende regel te raken. Een gewone plug in gipsplaat houdt een paar kilo en trekt daarna uit, meestal maanden later en zonder waarschuwing.
Voor werk boven de vijf kilo en voor alles boven een bank of een bed geldt: twee bevestigingspunten in plaats van één. Dat is niet alleen veiliger, het houdt het werk ook recht. Een werk aan één punt draait vanzelf scheef bij elke deur die dichtslaat.
In huurwoningen en in panden waar u niet wilt boren, is een ophangrail met perlondraden de nette oplossing. Eén keer boren in de bovenrand van de wand of tegen het plafond, en daarna kunt u eindeloos wisselen zonder nieuwe gaten.
Meerdere werken samen
Bij een compositie is de vraag niet welke werken bij elkaar passen, maar welke ordening rust geeft. Er zijn drie systemen die alle drie werken, en het gaat mis zodra u ze mengt.
- Een gemeenschappelijke bovenlijn. Alle werken lijnen boven uit. Werkt goed bij werken van verschillende hoogte en geeft een strak, formeel beeld.
- Een gemeenschappelijke hartlijn. Alle harten op dezelfde hoogte, dus op die 145. Dit is de rustigste variant voor een rij naast elkaar en de logische keuze in een gang.
- Een raster. Gelijke werken in gelijke lijsten, met een vaste tussenruimte van vijf tot acht centimeter. Dit is het enige systeem waarin de tussenruimte belangrijker is dan de plaatsing: ongelijke tussenruimtes vallen onmiddellijk op.
Bij een vrije compositie, de zogeheten salonwand, is er een vierde regel: behandel het geheel als één rechthoek. Bepaal eerst de buitenmaat die u wilt vullen, leg de werken op de grond binnen die maat, schuif tot het klopt, en hang het pas dan op. Wat er niet in past, hoort er niet bij.
Een praktische tip die veel gaten scheelt: knip elk werk uit pakpapier, plak de vellen met schilderstape op de wand en schuif ze rond. Dat kost een half uur en voorkomt de rij oude gaten waar iedereen die zonder proefopstelling begint mee eindigt.
Wat u uit de buurt houdt
Houd vijftien tot twintig centimeter afstand van deurkozijnen, raamlijsten en hoeken. Een werk dat vlak tegen een verticale lijn hangt, gaat daarmee concurreren en verliest.
Hang niets direct boven een radiator. De opstijgende warme lucht is droog en veroorzaakt bij werk op papier golving en op termijn verkleuring. Wilt u die wand toch gebruiken, houd dan minstens dertig centimeter aan en kies liever een doek dan papier.
En vermijd de wand direct naast een buitendeur of in een onverwarmde ruimte. Wisselende temperatuur en luchtvochtigheid zijn voor papier schadelijker dan licht.
Veelgestelde vragen
Op welke hoogte hang ik een schilderij?
Het hart van het werk op ongeveer 145 centimeter vanaf de vloer. In een ruimte waar vooral gezeten wordt, mag dat tien centimeter lager.
Hoeveel ruimte tussen de bank en het werk?
Vijftien tot twintig centimeter tussen de bovenkant van de bank en de onderkant van het werk. Minder plakt, meer valt uit elkaar.
Hoe hang ik iets zwaars aan gipsplaat?
Met een tuimelplug of hollewandplug, of door in de achterliggende regel te schroeven. Een gewone plug in gipsplaat trekt na verloop van tijd uit.
Hoe voorkom ik een muur vol proefgaten?
Knip de werken uit pakpapier, plak ze met schilderstape op de wand en schuif tot de compositie klopt. Pas daarna boren.
Leg uw vraag voor
Beschrijf kort waar het om gaat: een werk dat ingelijst moet worden, een lege wand, of een kleurvraag. Het advies is vrijblijvend.
Advies aanvragen